Sociaal Exhibitionisme en de nieuwe identiteit

Ik ben al een tijdje actief op Jaiku, net als een aantal van mijn collega’s hier bij Info.nl. Ook op Twitter heb ik een stream. Het is interessant dit te volgen omdat er met deze nieuwe vorm van bloggen (microbloggen) werkelijk dingen veranderen. We zien het als belangrijke uiting van een trend die we bij Info.nl benoemen als ‘Sociaal Exhibitionisme’.

De echte gebruikers van de ‘nu-media’ gaan heel anders om met sociaal gedrag. Dat begon al met de mobiele telefoon. Plaatsbepaling is een nieuwe noodzakelijke dimensie in de conversatie geworden. “Ik zit nu in de trein” lijkt een (irritante) irrelevant conversation piece, maar is essentieel als onderdeel van je sociale identiteit. Het delen van je leven hier en nu direct leidt tot ander contact. Bloggen van je vakantie-ervaringen, foto’s direct uploaden. Je vrienden zijn altijd bij je.

Met Twitter wordt dat nog intenser. Elk moment dat je iets interessants meemaakt, deel je dat direct met je sociale netwerk. We houden regelmatig sessies voor onze klanten waar we stil staan bij de (online) ontwikkelingen van nu en de toekomst (“Webzicht”) en steeds als ik laat zien hoe Twitter werkt, is altijd de vraag waarom je dat in godsnaam zou doen; continu vertellen wat je aan het doen bent? Het is niet uit te leggen, maar het is een versterkend effect. Het is leuk als je merkt dat anderen er op reageren, als je ook van anderen kunt lezen wat ze doen.

Francisco van Jole heeft hier in een artikel een interessante gedachte het volgende over gezegd:

“On the internet nobody knows you’re a dog, is de fameuze uitspraak van de ene hond tegen de andere in een New Yorker-cartoon uit 1993. Dat is in hoog tempo aan het veranderen. Het is steeds lastiger te maskeren dat je eigenlijk een hond bent. Niet alleen omdat het gebruik van profielfoto’s oprukt maar ook omdat we door internet steeds meer op honden gaan lijken. Zoals een hond bij iedere boom snuffelt en wat achterlaat, zo groeit op internet de drang om geurvlaggen achter te laten.”

Hij gebruikt dit als inleiding om een boom op te zetten over de nieuwe vorm van persoonlijke nieuwsmedia, maar ik vind het veel interessanter zijn eerste stelling te gebruiken. Het communiceren op internet wordt steeds minder anoniem. Iedereen die in een paar sociale netwerken zit bouwt een digitale identiteit op die dichter bij je eigen identiteit ligt dan de identiteit die je normaal aan de buitenwereld kenbaar maakt.

Een andere kant van de medaille ben ik onlangs ook tegengekomen. Een nieuwe vorm van spam. Ik noemde het eerder Twitterspam maar je zou het beter identiteit-spam kunnen noemen. In een aantal gevallen ben ik door organisaties namelijk toegevoegd aan hun contactlijst. Doel is om zo de boodschap te verspreiden, een nieuwe manier van ‘reclame’. Maar daarmee kom je ook bij hun contactlijst te staan en wordt de doelen van de organisatie onderdeel van je identiteit.

Het zit er dik in dat er sites ontstaan waar je de reputatie van een persoon kunt gaan checken. Simpelweg door het samenbrengen van alle aanwezigheid in de sociale netwerken. In Google is al te zien hoe sterk dat werkt…

10 Reacties op “Sociaal Exhibitionisme en de nieuwe identiteit”

  1. Edgar zegt:

    Ken ik jou? ;-)

  2. Kars zegt:

    Behalve bouwen aan je online identiteit – “writing themselves into being” zoals Danah Boyd [1] dat noemt – is er volgens mij ook een andere belangrijke motivatie om continue te participeren in dit soort lichtgewicht sociale netwerken: Je krijgt er zaken voor terug. Daarmee bedoel ik niet alleen de ambient intimacy van Leisa Reichelt [2] (ver weg toch dichtbij je vrienden en familie zijn) maar ook kennis, diensten en wederdiensten, gunsten en giften. Door aandacht te besteden aan je netwerk vloeit er aandacht terug. Het is in economische termen een non-zero-sum game [3] en daarom voor veel mensen zo ontzettend de moeite waard.

    [1] http://www.danah.org/papers/AAAS2006.html
    [2] http://www.disambiguity.com/ambient-intimacy/
    [3] http://www.disambiguity.com/the-non-zero-sum-game-of-social-networking/

  3. Lennart zegt:

    Grappig! Een site waarop je reputatie staat, bestaat al voor het medische vak (mijn vakgebied):
    http://www.expertmapper.com/index.html
    Dit gebruikt een bibliometrische analyse van PubMed, de grootste online database voor wetenschappelijke artikelen, om voor 105 ge-predefinieerde ziektebeelden de experts te vinden.

  4. Iskander zegt:

    Goede aanvulling Kars! De gedachte van Stowe Boyd (“It’s important for your network that the network as a whole makes progress”) en de principes van de non-zero-sum-game zijn essentieel. En ook de grootste uitdaging bij het neerzetten van een succesvol concept voor een sociaal netwerk. En dan nog specifiek hoe je de gebruiker ook in de flow brengt dat hij voelt dat zijn bijdrage aan het totale netwerk zijn eigen netwerk verrijkt. Dat merk ik ook weer bij ons nieuwste project!

  5. Hansl Kerstens zegt:

    En we noemen het: e-go…

  6. edwin zegt:

    Kunnen jullie voorbeelden geven van “er iets voor terug krijgen”? Gaat dat verder dan dat straks een site ‘weet’ dat jij in de buurt van x bent en dus deze aanbieding wel ziet zitten?

  7. Iskander zegt:

    @Edwin
    Denk alleen al aan de kijkjes in het leven van je collega’s via Flickr, of de nieuwe inspiratie via de del.icio.us-links uit je netwerk. Of nieuwe muziek in Last.fm waar je zelf niet op was gekomen. Etc. etc. Wat je er voor terugkrijgt ligt altijd in het verlengde van het sociale object waar het netwerk omheen is gebouwd.

    Het zijn twee aspecten die aan de orde komen. Kars geeft aan waarom een sociaal netwerk gaat leven. Een ander punt in mijn post is iets wat een veelvuldig gebruik van sociale netwerken oplevert: een nieuwe identiteit. Het kan natuurlijk dat die identiteit ook wordt gebruikt om je relevante ‘aanbiedingen’ te doen. Maar dat is niet waar we op doelen bij “wat je voor terug krijgt”.

  8. Iskander zegt:

    Voor de liefhebber: de universiteit van Maryland heeft in kaart gebracht “Why We Twitter”. Analyse over groepsvorming en gespreksonderwerpen binnen de Twittergemeenschap met mooie grafieken. Conclusie: een gemeenschappelijke interesse vormt vaak de basis van groepjes in Twitter.

  9. Peter Boersma zegt:

    @edwin: Dopplr (http://www.dopplr.com) is een social network site waar de kans dat je wat terug krijgt aanwezig is: je kunt van kennisen bijhouden waar ze zich ter wereld (gaa) bevinden — en dat kan van heel lokaal zijn tot echt wereldwijd — en zo kijken of jullie je op hetzelfde moment op dezelfde plek bevinden: een afspraak is dan zo gemaakt!
    Zo *hoef* je niet altijd speciaal te gaan reizen om iemand te zien; het zien van iemand wordt vergemakkelijkt *omdat* je al reist.

    Uiteraard maken zowel Jaiku als Twitter dit ook mogelijk, zowel via de postings (presence updates) die je doet als, bij Jaiku, via de “Location” setting.

  10. edwin zegt:

    Ik geeft toe!
    Mijn eerste netwerkfeedback dat zinvol was heb ik achter de rug, via last.fm kreeg ik een concert ‘aangeboden’ dat ik niet had willen missen!

    Ik merk dat je er vooralsnog redelijk veel (energie/tijd) er in moet stoppen maar dat is met (beginnende) vriendschappen niet anders.
    Ik zie ook wel de meerwaarde t.o.v. e-mailen, die mails raak je op een gegeven moment gewoon kwijt…

    Ik begin me ook te beseffen dat we steeds gecontroleerder omgaan met dat netwerk. Ik betrapte me erop dat ik bepaalde bookmarks NIET bij delicious wilde opslaan. Niet direct omdat het slecht is voor mijn imago maar toch ! : ) Is het tijd voor ‘avatar-stylisten’?

    Het klopt toch dat er al bedrijven zijn die je geschiedenis op het web kunnen aanpassen, omdat er natuurlijk gegevens beschikbaar zijn uit het verleden waar je liever niet aan herinnerd wilt worden?

Laat een reactie achter

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.