OpenSocial: Google’s standaard voor sociale netwerken
Afgelopen week kondigde Google OpenSocial aan en dat is een goeie stap in de richting van open sociale netwerken. OpenSocial stelt bedrijven en personen in staat om zichzelf efficient op meerdere sociale netwerk sites te presenteren via mini-applicaties en profielen. Dit is één van de aspecten van wat we bij Info.nl “exploding websites” noemen: een bedrijf presenteert zich niet meer alleen op de eigen website, maar ook op die van anderen, maar met eigen informatie en functionaliteit.
Geen nieuw sociaal netwerk
OpenSocial is geen nieuw sociaal netwerk zoals Hyves, LinkedIn, Facebook, of Google’s eigen Orkut. Het is een set standaarden in de vorm van API’s voor drie centrale aspecten van sociale netwerken:
1) persoonlijke profielen
2) lijsten van vrienden
3) activiteiten in het netwerk
Dankzij deze standaarden moet het uitwisselen van gegevens en functionaliteit tussen sociale netwerken veel makkelijker worden. Die uitwisseling gebeurt vaak via widgets. OpenSocial zorgt ervoor dat een widget van Bedrijf A op de social network site van Bedrijf B kan komen te staan en met weinig of geen extra code ook op de site van Bedrijf X, Y en Z. Zo zou het laatste nieuws van Nu.nl eenvoudig in de presence-stream van Twitter.com kunnen worden ingebouwd (wat nu al kan) maar net zo makkelijk op je LinkedIn en Facebook profiel kunnen staan.
Redenen voor ontwikkeling
Samen met enkele grote partijen (Friendster, LinkedIn, Ning, Oracle, Plaxo, SalesForce.com en het Nederlandse Hyves) heeft Google gewerkt aan de standaarden voor OpenSocial en de eerste implementaties ervan. Google heeft meerdere redenen om deze set standaarden te ontwikkelen.
Ten eerste hebben Google’s eigen applicaties baat bij uitwisseling van sociale netwerk informatie. Toen ik vorige week sprak met Braden Kowitz, een van de ontwikkelaars van OpenSocial, had hij het voornamelijk over Google’s interne problemen om informatie over gebruikers en hun contacten uit te wisselen tussen applicaties als Google Groups, Google Video, Google Maps en Gmail. Iedere applicatie heeft zijn eigen wensen voor het opslaan en beheren van persoonlijke informatie: bij Google Groups staat anonimiteit voorop, bij Gmail gaat het om 1-op-1 communicatie en bij Video en Maps gaat het weer om publiekelijk toegankelijke informatie. Maar bij alle applicaties wordt informatie over de gebruiker opgeslagen en worden relaties met andere gebruikers bijgehouden. Braden werkt aan interoperabiliteit tussen Google’s applicaties maar zei ook dat als het uitwisselen tussen Google’s applicaties zou werken, ze waarschijnlijk ook wel de goede kant opgingen om het voor het hele web makkelijker te maken.
Ten tweede is de markt voor sociale netwerken hard aan het groeien en wordt er meer en meer informatie via deze netwerken opgeslagen en verspreid. Google wil al die informatie graag doorzoekbaar maken en OpenSocial is een manier om te zorgen dat de centrale aspecten van verschillende sociale netwerken (profielen, relaties en activiteiten) allemaal op dezelfde manier informatie uitwisselen. Google kan dankzij OpenSocial deze gepubliceerde informatie makkelijk opvragen en indexeren.
Weet Google straks alles van iedereen?
Dat laatste, het opvragen van profiel-, relatie- en netwerkactiviteit-informatie, vereist trouwens wel toestemming van de bewaarder van de informatie. In OpenSocial termen heet die partij, of de schil om de informatie van die partij, de “container”. Alleen is er een probleempje: Google heeft de API voor dat deel, de container, nog niet vrijgegeven en dat zorgt ervoor dat er toch her en der wat kritische geluiden te horen zijn: ligt het delen van netwerk-informatie niet te gevoelig? is dit niet gewoon een specificatie van Google Widgets? Was een microformat niet genoeg/beter geweest? Maar de meeste experts zijn het erover eens dat deze standaardisatie in ieder geval een stap in de goede richting is.
Spelen op Google’s sociale netwerk
Eén van de plekken waar programmeurs al kunnen spelen met OpenSocial is op de Orkut Sandbox. Orkut is Google’s eigen social network dat een paar jaar geleden wereldwijd enige populariteit genoot maar nu bijna alleen nog in Brazilie en India gebruikt wordt. Er zijn geruchten dat Google een nieuw social network wil opzetten, gebaseerd op het SocialStream project dat ze sponsorden bij Carnegie Mellon’s Human-Computer Interaction Institute. Dit zou dan uiteraard de plek zijn om OpenSocial applicaties te ontwikkelen.
Impact op sociale netwerken, programmeurs en interface ontwikkelaars
De meest recente sociale netwerk site waar ik voor uitgenodigd ben is Ammado, speciaal voor mensen in de non-profit sector (hun tagline is “Creating Heroes”). Het is dus geen algemeen sociaal netwerk meer (zoals Facebook en Hyves) maar gericht op een doelgroep met specifieke kenmerken van leden (die opgeslagen worden in hun profielen) en functionaliteiten (die gedeeld kunnen worden met andere netwerken). Hiervan zullen er meer en meer ontstaan: het concept van Ning is hierop gebaseerd en Ning beheert al meer dan 100.000 kleine sociale netwerk sites. Deze netwerken kunnen sneller nieuwe leden aantrekken als die hun profielinformatie en relaties met vrienden kunnen “importeren”. Ook kunnen ze kunnen sneller functionaliteit bieden als ze elders ontwikkelde widgets kunnen publiceren op hun site.
OpenSocial zorgt ervoor dat programmeurs de technieken die ze elders leren ook voor Ammado kunnen toepassen, dat profielinformatie van andere netwerken makkelijk hergebruikt kan worden op dit netwerk en dat vriendschapsrelaties op andere netwerken ook hier toegepast en versterkt kunnen worden. Eventuele Ammado-specifieke widgets kunnen ook op andere sites (bijvoorbeeld persoonlijke blogs van leden) gepubliceerd worden. Vertegenwoordigers van de ontwikkelaars community bespreken onderling al de mogelijkheden van deze nieuwe standaard en sommige partijen kondigen de volgende generatie APIs al aan.
Voor interface ontwikkelaars is het nog onduidelijk hoeveel er gaat veranderen: Omdat OpenSocial vooral uit software interfaces bestaat (afspraken over communicatie) maar niets zegt over de gebruikers-interface (wat de gebruiker daarvan ziet) kan het nog alle kanten op. Maar reken maar dat binnenkort de eerste sociale netwerk interface patterns zullen ontstaan (bijvoorbeeld gelinkt vanuit de Community Building sectie van Martijn van Welie’s interface pattern verzameling).
Eén ding staat vast: Sociale netwerken zijn met OpenSocial weer een stuk interessanter geworden!
